Ik voel me in de hele wereld thuis

auteur: 
Rosa Luxemburg
ISBN nummer: 
9789028210004
uitgeverij: 
Van Oorschot
Body: 

Ik voel me in de hele wereld thuis brieven .jpgMoed, humor, een intens gevoel voor schoonheid, doorzettingsvermogen, kracht – dat zijn de eigenschappen van Rosa Luxemburg (1871–1919) die in het oog springen bij lezing van de brieven van deze dwarse denker. Luxemburg schrijft de brieven uit de gevangenis aan vrienden, strijdkameraden, geliefdes, bewonderaars. Ze laat een bijzonder veelzijdige persoonlijkheid zien die niet snel bij de pakken neerzit, integendeel: vaak moet ze anderen ervan overtuigen dat er hoop is, dat het goedkomt. Ze schrijft over dieren en bloemen die ze door de tralies waarneemt, over mooie herinneringen, over trouw en ze veegt vriendinnen die haar wat kwijnend voorkomen fel de mantel uit. 

‘Toen ik haar brieven voor het eerst las, werd ik niet alleen getroffen door de poëtische zinnen en sprankelende stijl, maar ook door de menselijke betrokkenheid die eruit sprak.’ 
- Joke J. Hermsen

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog ligt het Duitse keizerrijk op apegapen en begint er een periode van sociale onstabiliteit. Door het aftreden van keizer Wilhelm II proberen tal van politieke groeperingen de macht naar zich toe te trekken. In november 1918 breekt er een korte opstand uit die resulteert in een akkoord tussen linkse en rechtse sociaaldemocraten. Dat is echter niet naar de zin van de Spartacusbond, een marxistische organisatie die werd opgericht door onder meer Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht en Wilhelm Pieck, ex-leden van de SPD. De bond, genoemd naar de slaaf Spartacus die in opstand kwam tegen de Romeinen, is opgericht uit ontevredenheid over het beleid van de SPD. Die partij had immers indirect ingestemd met Duitse deelname aan WOI. De bond doet een gooi naar de macht om daarna een sociaaldemocratie of een radenrepubliek te stichten, naar het voorbeeld van de bolsjewisten in Rusland. Zover komt het echter niet, want de opstand eindigt in een sisser.

Op 15 januari 1919 worden Luxemburg en Liebknecht opgepakt door leden van de Garde-Kavallerie, hardhandig ondervraagd in het Berlijnse Hotel Eden en daarna vermoord. De moordenaars dumpen het lijk van Luxemburg in het Landwehrkanaal. In dat kanaal verdwijnen in de daaropvolgende weken de lijken van honderden vermoorde (vermeende) spartacisten. Pas maanden later vindt men het lichaam van Luxemburg in een sluis.

Zo eindigt het leven van een opmerkelijke vrouw die behalve politica ook schrijfster, lerares en filosofe was. Maar het bekendst is ze wellicht als pacifistisch activiste. Cynisch genoeg is het juist dat pacifisme dat haar tijdens WOI in de gevangenis doet belanden. Haar veelvuldige oproepen om ‘niet de wapens tegen onze broeders op te nemen’ irriteren het heersende regime en Luxemburg belandt de laatste twee jaar van de oorlog in het cachot. Tijdens die gevangenschap is het haar vergund op gezette tijden brieven te schrijven en dat doet ze met hart en ziel, getuige de fraaie bundel “Ik voel me in de hele wereld thuis” die een royale greep biedt uit haar correspondentie, in een vertaling van M. Verdaasdonk, Ingrid Wildschut en Jan Sietsma. Voor deze editie kon de uitgever rekenen op een gedegen nawoord van filosofe-schrijfster Joke J. Hermsen.

In die brieven, gericht aan medestanders en geliefden (het grootste deel is gericht aan Sophie Liebknecht, de echtgenote van Karl Liebknecht, en Hans Diefenbach, arts en ex-minnaar van Luxemburg), toont Rosa Luxemburg zich zonder enige schroom van haar kwetsbaarste kant. Hier spreekt een vrouw die er geen moeite mee heeft zichzelf een onthullende spiegel voor te houden. Haar toon is daarbij soms ernstig, soms humoristisch, zoals in een brief aan Luise Kautsky, echtgenote van Karl Kautsky met wie ze het tijdschrift Die Neue Zeit start: ‘Zo moet ik altijd iets hebben dat mij met huid en haar verslindt, al betaamt dat een ernstig mens erg weinig, van wie men tot haar ongeluk – altijd iets schranders verwacht… Ook jij, liefste, wil niets van mijn ‘geluk in een hoekje” horen en hebt er alleen spot voor. Maar ik moet toch iemand hebben die van me wil aannemen dat ik alleen maar per vergissing in de maalstroom van de wereldgeschiedenis rondtol, maar eigenlijk voor het ganzenhoeden geboren ben.’ Hoewel je als lezer geneigd bent te denken dat het hier valse bescheidenheid betreft, Luxemburg ambieerde niet bepaald een bescheiden plaats in de coulissen van wat zij ‘de wereldgeschiedenis’ noemt, valt deze pretentieloze houding in meerdere brieven op.

Wat nog harder opvalt, is haar mededogen met degenen om wie ze geeft. Terwijl zij het is die van haar vrijheid is beroofd, die moet leven volgens een strikt regime dat tot doel heeft haar wilskracht te breken, maakt ze zich zorgen over de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mensen die ze schrijft. Die bezorgdheid komt voort uit haar wens om een goed mens te willen zijn (iets wat vanuit een bepaalde politieke hoek dezer dagen eerder als een tekortkoming wordt beschouwd dan als een nobel streefdoel), ook al verklaart ze in een brief aan de sociaaldemocratische politicus Mathilde Wurm dat ze hard geworden is ‘als geslepen steen’ en niet van plan is voortaan ‘noch in de politiek noch in de persoonlijke omgang ook maar de geringste concessie (te) doen’. In diezelfde brief verwoordt ze haar levensmotto: ‘Mens zijn is vóór alles de hoofdzaak. En dat betekent vastberaden en helder en vrolijk te zijn. Ja, vrolijk, trots alles en alles, want jammeren is een zaak voor de zwakken. Mens zijn betekent blijmoedig zijn hele leven “op de grote weegschaal van het lot” werpen, als dat zo moet zijn, zich tegelijkertijd echter verheugen over elke heldere dag en iedere schone wolk. Ach, ik kan geen recepten schrijven hoe men mens moet zijn. Ik weet alleen hoe men het is (…).’

Dergelijke gedachten en observaties, of die nu over het menselijk handelen gaan, de politiek of de natuur, bieden de lezer de kans om in de gevoelswereld te kijken van een vrouw die daadwerkelijk ‘rondtolde’ in de wereldgeschiedenis. Een vrouw met unieke talenten en evenzoveel tekortkomingen, al komen in de brieven toch wat minder aan het licht. Rob Hartmans formuleerde het in het Historisch Nieuwsblad als volgt: ‘Hoewel Rosa Luxemburg, evenals de andere marxisten, van mening was dat het marxisme een wetenschap was, was ze niet bereid te voldoen aan de eis die elke wetenschap stelt, namelijk dat als de feiten niet in overeenstemming zijn met de theorie, de theorie moet worden aangepakt.’ Die rigiditeit schemert hier en daar zeker door, maar nooit zo ondubbelzinnig als in dit citaat.

Wie een vollediger beeld van deze vermoorde revolutionaire wil krijgen, moet nog even wachten op de publicatie van een vertaling van Luxemburgs biografie die over enkele maanden verschijnt. Voor het echter zover is, liggen hier de brieven van Rosa Luxemburg. Die zijn het lezen en overpeinzen meer dan waard.

‘Ik voel me in de hele wereld thuis, waar er wolken en vogels en mensentranen zijn.’

Martin Overheul

Redacteur Boekensite Gent

prijs: 
€ 15.00